Supernova

Wake up, Star, fluister je in mijn oor. Het is nog donker. Het zwakke licht werpt een schaduw op je rug. Langzaam ontwaak ik uit een diepe slaap. Je stem klinkt alsof je ver weg bent. Wat een raar gevoel. Want ik voel je warme adem op mijn nek. Ik laat mijn ogen dicht. Het voelt alsof ik ergens anders was. In een van mijn dromen waar ik overmand word door de hete lucht van de jungle. Een vochtige plaats waar ik mij een weg moet bannen door de dichte begroeiing. En waar ik de zoete geur van de varen ruik.

Ik kom dichter bij jou liggen. Je lichaam straalt die aangename ochtendwarmte uit waar ik zo van houd. Je streelt mijn hoofd. Het voelt net als de wind die met mijn haar op het strand speelt. Ik strek uit en zoek je huid. Zo vinden we elkaar elke dag opnieuw. Als je me wakker maakt.

Dat is een oppervlakkige dimensie. De waarheid is dat alles is veranderd sinds we samen zijn. Je hebt mijn diep verborgen instincten doen ontwaken. Je hebt me laten zien hoe intens en uitdagend het kan zijn. Door je penetrerende blik en ontembaar verlangen om alles tot het kleinste detail te exploreren. Ik bloeide open dankzij je obsessieve drang om elke centimeter van mijn lichaam apart te koesteren. Je hebt me zo vaak doen verdwijnen. En uitbarsten. Misschien omdat je zo gefascineerd bent door de supernova’s, door deze prachtige explosies. Het licht dat daarbij vrijkomt. En je verblindt. Ik zie die fenomenale uitbarsting ook, als ik van je armen wegglijd en bewusteloos op mijn rug val. De bewegende kleurrijke draaikolk sleept me met zich mee. Ik zweef in de ruimte en staar gehypnotiseerd naar deze adembenemende wonder. Het licht flitst door mijn hoofd, ik hap naar adem want de warmte en het gevoel van het niet-bestaan overweldigen me. Het doet mijn spieren verlammen. Er is alleen nog de leegte van het oneindige heelal. Tijd bestaat daar niet. Ik heb geen idee hoe lang ik weg blijf. Ik zak weg in de fluwelen duisternis. Le petit mort.

Plots hoor ik een stem die ik wel eens eerder heb gehoord. Eerst klinkt ze als een zacht geruis van een beek. Het duurt even voor ik de klanken opnieuw leer te onderscheiden, ze omvormen tot woorden. Zo hoor ik uiteindelijk een zwakke: Where are you? Uiteindelijk begin ik de “realiteit” waar te nemen. Lichte tintelingen doorboren mijn huid en ik kijk je in de ogen, zonder je te herkennen. Who are you? Je glimlacht alleen en neemt me voorzichtig in je armen alsof ik heel breekbaar was.

Zo lig ik naast je maar ik blijf er niet lang. Als ik mijn ogen dicht doe, dan zie ik een vleugel, een oog van een valk die wegvliegt en die me een gladde tafel van een oceaan laat zien. Dan besef ik dat ik die valk ben. Ik vlieg over een klif, cirkel wat om te rusten op een rots. Ik kijk in de verte en voel dat mijn oogleden zwaar worden.

Zo val ik opnieuw in slaap. Tot je me weeral wakker maakt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *