Meat the truth

Op de dag van mijn eerste communie werd ik voor de eerste keer geconfronteerd met de dood. Een lijk in het huis halen? Wie kwam er met zo’n grotesk idee af? Het resultaat was een ware ravage: een dood beest dat op mijn bureau tot saucijzen werd verwerkt; het bloed dat mijn vader zorgvuldig opving om zwarte pensen te maken. Een keurig afgesneden kop in het midden van deze chaos. Net een surrealistisch stilleven.

Mijn pa bedoelde dat uiteraard goed. Een ambachtelijk geslacht varken: dat is smeulen, dacht hij hoogstwaarschijnlijk. En dat was ook wel zo. De dag na de gruwelen van vleesverwerking deed ik gewoon mee aan de decadente feestmaaltijd. Ik legde een warme, met blinkende olie bedekte schnitzel op mijn boord. Ik wachtte even, nam voorzichtig een hap om me daarna te storten op de rest.

Daarna ben ik vlees gewoon blijven eten. Jaren na een stuk. Veel andere keuze was er trouwens niet. Vlees was de norm in de Poolse keuken. Een maaltijd kon je geen maaltijd noemen als er een kotelet aan ontbrak. Ik kan me nog steeds de uitdrukking op het gezicht van mijn broers en onze vader herinneren als onze ma pannenkoeken met spinazie serveerde. Ze grijnsden alleen en vroegen spottend: waar is mijn maaltijd?

Vlees-braak

Ik dacht eigenlijk nooit teveel na over “vlees eten”. Tot vier jaar geleden toen ik besloot om ermee te stoppen. Niet omwille van dierenleed maar door de desastreuze impact van veeteelt en vleesindustrie op het milieu. Het was geen abrupte breuk. Eerst at ik minder vlees om na een paar maanden te beseffen dat ik het niet miste. Waarom zou ik het dan doen?

Toen ik ‘’de grote metamorfose” aan mijn familie uitlegde, begrepen ze het totaal niet. Waarom? Het is ongezond. Ik kapte de opmerkingen af met een kordate: dat is slecht voor het milieu. Ik ging niet op de details in. Ze keken me aan alsof ik het over Marsmannetjes had. Terwijl het geen groot geheim is dat veeteelt een van de grootse milieuvervuilers is.

Vleesloos door het leven?

Velen beschouwen vegetarisch eten als de grootse opoffering. Tamelijk bizar aangezien we vroeger toch niet zo veel vlees aten.

Vleesconsumptie in Amerika 

Vleesconsumptie wereldwijd per persoon 

Onze voorouders aten helemaal geen vlees, op wat insecten na. Alles veranderde 3 miljoen jaar geleden. Klimaatverandering leidde toen tot de opdroging van Afrikaanse savannes . Omdat er niet genoeg voedsel beschikbaar was, begonnen we te eten wat de predatoren lieten liggen. Zo werden we omnivoren, een soort dat zowel groente als vlees eet. Snel ontdekten onze voorouders dat vlees heerlijk voedsel was: vol eiwitten en vitamines.

Marta Zaraska, de auteur van Meathooked,  legt het goed uit waarom we zo van vlees houden.

  • Ten eerste, door het vet. Het zalige gevoel van gladde textuur in onze mond. En de geur die associatie opwekt met calorierijk eten dat onze voorouders nodig hadden om te overleven.
  • Ten tweede, door zijn umami smaak (“hartigheid” in het Japans). “Net als zout en zoet roept het een universeel positieve reactie op en signaleert het de aanwezigheid van een essentiële voedingsstof, in dit geval eiwit”, schrijft Michael Pollan in zijn boek Een pleidooi voor echt koken: thuiskomen in de keuken. (Gelukkig zit umami smaak ook in rijpe tomaten, gedroogde paddenstoelen en sojasaus).
  • Ten derde, omdat het een traditie is. We zijn er allemaal mee opgegroeid. Van jongs af horen we hetzelfde liedje over de voedingswaarde van het vlees. Vlees eten gaf ook altijd een hogere status in de samenleving. Alleen arme mensen aten aardappelen en knollen. Je ziet het goed in de opkomende economieën : In India en China wordt op dit moment meer en meer vlees gegeten.

Hoewel we erg op vlees gesteld zijn, kunnen we er wel zonder. Als vegetariër breek je gewoon met een oeroude omnivorische traditie; je geeft een gewoonte op. Charles Duhing schrijft in zijn boek The Power of Habit dat elke gewoonte volgens hetzelfde neurologische patroon werkt: trigger, routine en beloning. Om iets af te leren volg je telkens dezelfde stappen:

  • Je behoudt de oorspronkelijke stimulans.
  • Je verandert de routine.
  • Je beloont je op dezelfde manier.

We kunnen het toepassen op vlees:

  • De primaire trigger om vlees te eten was om ons lichaam van eitrijk eten te voorzien. Je blijft dus je lichaam geven waar het om vraagt: eiwit. Dierlijke eiwitten kan je gemakkelijk vervangen door een plantaardig equivalent:
    • peulvruchten
    • noten
    • sperziebonen
    • paddenstoelen
    • pijnboom- en pompoenpitten
  • Je verandert je routine. Een slager of vlees sectie in een supermarkt: je loopt er met een grote boog omheen.
  • Behoudt je beloning. Trakteer je dus op een lekker vegetarisch gerecht met umami smaak.

Lijkt simpel 🙂 Toen ik zelf vegetariër werd, ervoer ik het niet als een grote uitdaging. Maar nu zal ik waarschijnlijk meer discipline nodig hebben bij de overgang naar… #veganlife! Zuivel is namelijk slechter voor het milieu dan varkens- en kippenvlees…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *